• In samenspraak met

Mariam (24)

‘De medische wereld is nog behoorlijk hiërarchisch. Gender, leeftijd maar ook lengte spelen een heel grote rol. Ik ben anesthesiemedewerker, jong, vrouw en niet zo lang, en merk dat er vaak letterlijk over me heen gekeken wordt. Alsof ik bij het meubilair hoor. In de operatiekamer maak ik regelmatig mee dat mannelijke assistenten worden aangezien voor arts. Dat is mij echt nog nooit overkomen.’

Beeld: Unsplash

Ik word vaak over het hoofd gezien

‘Ik werk in een groot ziekenhuis, waardoor het onmogelijk is om iedereen persoonlijk te kennen. Veiligheid staat voorop, dus we dragen allemaal stickers met onze functie en naam erop. Dat is nodig in bijvoorbeeld noodsituaties, je wilt de goede ‘functie’ aanspreken als een patiënt in gevaar is. En hoewel mijn functie op mijn sticker staat, word ik toch nog vaak over het hoofd gezien.’

 

Hiërarchie in de koffiekamer

‘Die hiërarchie merk ik ook in de koffiekamer. Toen ik net in het ziekenhuis kwam werken, werd ik vriendelijk gewaarschuwd om op de ‘juiste plek’ te gaan zitten. Dat was natuurlijk goed bedoeld, maar ik vind het best vreemd dat er een complexe sociale dynamiek is. Het voelt een beetje als de middelbare schoolkantine, de chirurgen zitten in de hoek bij het raam, de assistenten zitten wat meer achteraf. In een competitieve omgeving waar iedereen zichzelf wil bewijzen, durf ik niet altijd evenveel te zeggen als ik zou willen.’

 

Mijn hoofddoek moet soms af

‘De oudere generatie in het ziekenhuis is bijna altijd man. Dat zie ik binnen de jongere generaties verschuiven gelukkig, mijn nieuwe collega’s zijn overwegend vrouw. Ik denk dat dat de sociale norm gaat kantelen, de oudere artsen gaan met pensioen en er staan nieuwe generaties op die vanzelf een meerderheid gaan vormen. Toch levert dat soms ongemakkelijke situaties op en blijf ik me ‘anders’ voelen. Als moslimvrouw voel ik me lang niet altijd vrij in het uiten van mijn religieuze identiteit op mijn werk. 

Mariam (24):

“Mijn geloof is verweven met wie ik ben, ook op mijn werk. Ik zou willen dat daar meer ruimte voor was.”

Mijn geloof is wie ik ben

‘Op mijn werk is begrip voor mijn religie niet vanzelfsprekend, dat geeft me soms een eenzaam gevoel. Nederland kent een scheiding tussen werk en religie, waarbij wordt verwacht dat religie thuis blijft. Maar mijn geloof is verweven met wie ik ben, ook op mijn werk. Ik zou willen dat daar meer ruimte voor was.’ 

 

De naam Mariam is gefingeerd. Ook staat de geïnterviewde om privacyredenen niet op het getoonde portret.

Wat is SamenSpraak?

Met SamenSpraak leren we hoe we in Nederland willen werken, en hoe juist niet. Ons land zit vol meningen, ervaringen en behoeften die gehoord mogen worden.